11-07-09

Paradoxen in de Bijbel: dat zie je toch!

Een mooi voorbeeld van waar het in de Bijbel fout lijkt te gaan is het relaas in Handelingen 10 over de Romeinse hoofdman Cornelius. Als je dit verhaal niet kent is het aangeraden het even volledig te lezen zodat je weet waar het over gaat.

In vers 7 lezen we nu duidelijk het volgende:

Zodra de engel, die tot hem sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisslaven en een godvruchtige soldaat uit degenen, die voortdurend bij hem waren

Cornelius zendt drie mannen naar Joppe, een soldaat en twee slaven. Als we verder kijken naar vers 19 dan lezen we echter het volgende:

En terwijl Petrus nog steeds over het gezicht nadacht, zeide de Geest: Zie, twee mannen zoeken naar u

Plots spreekt men over twee mannen die Petrus willen spreken. Waar is onze derde man naartoe? Een pint gaan pakken? Niet echt waarschijnlijk...

Op het eerste zicht lijkt dit een duidelijke tegenstrijdigheid te zijn. We hebben eerst gelezen dat Cornelius drie mannen op pad stuurt, maar toch komen er slechts twee aan bij Petrus. Maar is dat wel zo? Mogen we dit wel op deze manier interpreteren? Mijns inziens is dit niet het geval. Het is niet omdat de derde man niet wordt vernoemd, dat het ook betekent dat hij niet aanwezig was. Maar waarom zegt de Heilige Geest, deel van God en dus niet in staat te liegen, dat er twee mannen zijn?

Als we het eerste deel van vers 28 bekijken, dan lezen we er het dit:

en hij sprak tot hen: Gij weet, hoe het een Jood verboden is zich te voegen bij of te gaan tot een niet-Jood

Voor Joden in de eerste eeuw was het blijkbaar niet gepast om te gaan met niet-Joden (heidenen). Als men dit toch deed, dan werd men beschouwd als onrein, waarna men verschillende rituele handelingen moest verrichten om terug als rein te kunnen worden beschouwd. Wat heeft dit nu met onze derde man te maken? Laten we nog even vers 7 opnieuw lezen, met enkele nadrukken:

Zodra de engel, die tot hem sprak, weggegaan was, riep hij twee van zijn huisslaven en een godvruchtige soldaat uit degenen, die voortdurend bij hem waren

Allereerst het vetgedrukte: er waren twee slaven en een soldaat, drie man. In vers 1 hebben we gelezen dat Cornelius hoofdman was in de Italiaanse afdeling, waardoor we ook mogen veronderstellen dat de soldaat uit Italië afkomstig was. Daar zitten we al direct met een probleem met wat we hebben gelezen in vers 28. Deze man werd door de Joden beschouwd als onrein. Als we dan zien in vers 7 dat deze soldaat een godvruchtig man was (onderlijnd), dan lijkt het niet onlogisch als de man uit respect voor de Joden niet binnen ging om de uitnodiging van Cornelius over te maken. De enige veronderstelling die we dan nog moeten maken is dat de twee huisslaven Joden zijn. We beschikken over onvoldoende informatie om dit te kunnen bewijzen, maar ook om het te ontkrachten. We kunnen het dus zeker als een mogelijkheid beschouwen.

De aandachtige lezer zal trouwens in hoofdstuk 11 vers 11 (verslag van Petrus over de gebeurtenissen in hoofdstuk 10) zien dat Petrus duidelijk drie mannen vermeldt.

Dit voorbeeld is slechts een van de vele zogenaamde paradoxen in de Bijbel. De meeste van deze zijn met een relatief korte uitleg echter al achterhaald. Kom je iets tegen in de Bijbel wat zichzelf lijkt tegen te spreken? Denk er even over na, spreek erover met anderen en bovenal: vraag het aan de Auteur.

01:04 Gepost door Sueda in Bedenkingen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.